Vers Seizoensgebonden Lokaal Eerlijke prijs

PRODUCT FILTER

Kalf bij koe?

Klantvraag over kalfjes

Kalf bij koe

 

Bij Rechtstreex houden we van vragen. Naast de vragen die we zelf stellen, krijgen we vaak vragen van klanten. Het zijn vragen over producten, over boeren en over waar producten vandaan komen. Door op zoek te gaan naar antwoorden zorgen we ervoor dat consumenten een weloverwogen keuze kunnen maken en een genuanceerde mening kunnen vormen over wat ze eten en over hoe dat eten wordt gemaakt. Voor boeren en makers zorgen de vragen voor een inzicht in wat er meespeelt bij keuzes van consumenten. Sommige vragen kunnen we snel beantwoorden, andere vragen liggen een stuk gecompliceerder en de antwoorden die we vinden verschillen erg. Een vraag luidde: Ik vind het belangrijk dat kalfjes bij de koe worden gehouden. Als dat zo is, ga ik melk bestellen. Hoe zit dit bij de melk van Rechtstreex?

Rechtstreex dook in de wereld van de kalfjes. Hieronder lees je meer over het leven van kalveren, overwegingen van boeren en voor en nadelen van het houden van kalfjes bij de koe. Onderaan komen twee boeren aan het woord: Nelly van Winden en Ad Brandwijk. Ben je vooral benieuwd naar hun visies? Scroll dan vast naar beneden.

Heb je naar aanleiding van dit stuk vragen, opmerkingen of aanvullingen? Mail dan naar nine@rechtstreex.nl of naar pauline@rechtstreex.nl voor vragen aan de boeren.

Om te beginnen is het begrip ‘kalf bij koe’ niet duidelijk. Hoe lang een kalf bij de koe gehouden varieert van 1 dag tot meerdere maanden. Ook hoeft het niet te betekenen dat de koe het kalf ook daadwerkelijk zoogt als de kalf bij de koe blijft. Soms kunnen kalf en koe elkaar wel zien en ruiken, maar niet aanraken, omdat er een hek tussen zit. Of soms mag het kalf even bij de koe om te zogen en wordt daarna weer apart gezet. In sommige gevallen heeft een kalf een adoptiemoeder (samen met een paar andere kalveren). Dan is het kalf wel bij een koe, maar niet bij de moederkoe. Wat verstaan consumenten dan wel en wat niet onder ‘kalf bij koe?’. 

Er zijn in Nederland slechts enkele tientallen melkveehouders die het kalf gedurende een periode bij de koe laten zogen (van de in totaal 18.000 melkveehouders). De meeste hiervan zijn biologisch gecertificeerd, hoewel het keurmerk het scheiden van kalf en koe toestaat. Ongeveer de helft van deze melkveehouders laat de kalveren gedurende de eerste drie dagen zogen, de andere helft enkele weken tot maanden. In Noorwegen zijn boeren verplicht het kalf 3 dagen bij de koe te houden, in Zweden 1 dag. In Nederland zijn hier geen voorschriften voor. 

 

Het gewone leven van een kalf

Afgezien van biologische of bijzondere melkveehouderijen is het leven van kalveren op verschillende boerderijen heel vergelijkbaar. Koe en kalf worden meestal meteen na de geboorte gescheiden, soms na 1 dag. Een veel gehoord argument hiervoor is het voorkomen van ziekte overdracht naar het kalf. 

Vlak na de geboorte likt de koe het kalf droog en duwt het kalf met de snuit naar voren en omhoog. Hierdoor komen de verteringsprocessen en ademhaling van het kalf op gang en wordt het gestimuleerd op te staan. Als een kalf meteen wordt weggehaald, is dit het de taak van de boer om het kalf droog te wrijven. Soms heeft een boer het te druk en is hier geen tijd voor. 

Het kalf wordt na scheiding ongeveer twee weken apart gezet in een hokje of eenlingbox/iglo. De boer heeft zo gemakkelijk zicht op de gezondheid en de voeding van het kalf. In veel moderne melkveebedrijven wordt al het vee per leeftijdsgroep gehouden en met de kalfjes apart is het makkelijk ze één voor één te controleren. Veel voorkomende ziektes bij jonge kalveren zijn diarree en luchtweginfecties. Om dit te voorkomen hebben kalveren een sterk afweersysteem nodig en een omgeving met weinig ziektekiemen. De omgeving hoeft niet steriel te zijn, bacteriën zijn niet erg, zolang ze geen ziektes veroorzaken. Een overschot aan mest is niet gezond voor de kalveren. Kalveren die wel bij de koe blijven hebben over het algemeen een betere weerstand dan kalveren die (vrijwel) direct na geboorte worden gescheiden. Dit is een van de argumenten tegen scheiden van kalf en koe. 

De eerste paar dagen krijgen kalveren biest, de eerste melk vol afweer- en voedingsstoffen die een koe geeft na het afkalven (bevallen) en die meestal voor het kalf zelf wordt bewaard, ongeacht de methode van de houderij. De temperatuur, het tijdstip, de frequentie en de hoeveelheid melk zijn allemaal belangrijk voor de ontwikkeling van een kalf. Dit geldt zeker voor de biest. Als een koe de biest zelf geeft, kan ze het kalf precies bieden wat er nodig is. Een boer heeft meestal maar twee keer per dag tijd de kalveren te voeden. Kalveren zijn drie weken afhankelijk van vloeibaar voedsel. Na de biest krijgen de meeste kalveren kunstmelk/poedermelk uit een emmer met een speen eraan of melk uit de melkstal van de boerderij. De natuurlijke speentijd van koeien is 6 tot 12 maanden (de tijd dat kalveren melk drinken). Daarnaast leren ze al vroeg ook vast voer te eten. Gescheiden kalven eten pas later vast voer en leren later wat grazen is. 

De helft van de kalveren zijn stierkalveren. Zij blijven sowieso niet op de melkveehouderij, maar gaan na twee weken naar een opfokker. Kalveren die na twee weken de boerderij verlaten, moeten kunnen drinken uit een emmer met speen, anders moet de vleesveehouder ze dat nog leren (en dat gaat soms niet snel genoeg, met uitval tot gevolg).

Uiteindelijk worden ze, als ze ongeveer een half jaar zijn, geslacht en verkocht als kalfsvlees (soms blank kalfsvlees). In een kalf bij koe systeem gaan de stiertjes ook naar een opfokker. Van de vaarskalveren (vrouwtjes) blijft vaak maar ongeveer de helft. Na twee weken individuele huisvesting gaan de vaarskalveren die mogen blijven naar een groepshok met andere kalveren. Daar bnlijven ze tot een paar weken nadat ze alleen nog maar droogvoer eten. In de groep kunnen de kalveren van elkaar leren. 

 

De waarde van een kalf

In Nederland wordt niet veel kalfsvlees gegeten, maar ongeveer 1,3kg per persoon per jaar (op de gemiddelde 75-80kg vlees per persoon per jaar). Het meeste kalfsvlees wordt geëxporteerd. Maar naast deze export van vlees, worden er in Nederland ook levende kalveren geïmporteerd, om ze hier vet te mesten en vervolgens opnieuw te exporteren als kalfsvlees. Door deze hoge import van kalveren en doordat er steeds minder jongvee op melkveehouderijen kan blijven door wetgeving, is de waarde van een kalf erg laag geworden (soms niet meer dan 10 euro per kalf). De melkprijzen liggen bovendien laag in de reguliere sector (rond de 30 cent per liter) en de marges zijn klein. Een boer moet keuzes maken en heeft niet veel financiële ruimte. Door de lage prijs van kalveren, is het lastig extra geld uit te geven aan zorg of huisvesting van kalveren. Dit is niet bevorderlijk voor het dierenwelzijn en beperkt de mogelijkheden van boeren om over te schakelen op andere methodes, bijvoorbeeld een kalf bij koe systeem.

 

Overgaan op een andere methode?

Omschakelen of het bedrijf aanpassen is zeker niet makkelijk als er al een boerderij staat. Als je helemaal vanaf nul zou beginnen, kun je starten met een grondige analyse en alle kosten en baten van verschillende methodes op een rijtje zetten. Als er al een boerderij is waar grondig in is geïnvesteerd en waar alle inkomsten van de boerenfamilie van afhangen, worden de mogelijkheden al snel veel beperkter. Als een boer besluit om te schakelen van een gescheiden methode naar het (deels) houden van kalveren bij de koeien heeft dat grote gevolgen voor de inrichting van de stal, maar ook voor de hele bedrijfsvoering. Boeren die al (deels) rekening hielden met kalveren bij koeien, kunnen wellicht makkelijk nog wat verder gaan. Om een kalf bij de koe te kunnen houden, moeten er onder andere fijnere hekken worden gebouwd, lagere voerbakken, aparte ligplekken, geen betonnen vloeren (te koud), geen vloeren met rasters (kleine poten kunnen hierin vallen) etc. 

Het houden van kalveren bij de koeien vergt bovendien een andere manier van boeren. Om te zien hoe het met de dieren gaat, moet een boer goed het gedrag kunnen lezen, de koeien in de kudde opzoeken en meer observeren. Binnen boerenbedrijven wordt gewerkt volgens vaste protocollen. Dat maakt de bedrijfsvoering overzichtelijk en behapbaar. Een andere aanpak, meer gericht op observatie en het gedrag van de dieren past niet altijd bij de moderne boeren en de boerenbedrijven. Er is onder boeren nog niet veel ervaring met het (deels) houden van kalveren bij de koe. Boeren die besluiten de kalveren niet (direct) van de koe te scheiden, kunnen voor raad en advies minder goed terecht bij collega’s. Het werk is ook hierdoor lastiger over te dragen of uit te besteden aan andere boeren (in geval van vakantie, ziekte etc). Het werken met koeien in kuddes vergt een ander soort vakmanschap en een andere bedrijfsvoering. Daarnaast zijn moderne opleidingen tot boer gericht op management en bedrijfsvoering en minder op het gedrag van de dieren. 

 

De investering moet worden terugverdiend

Kosten die een boer maakt voor een omschakeling of aanpassing aan het bedrijf, moeten op de een of andere manier terug te verdienen zijn. Op dit moment heeft niet biologische melk uit een kalf bij koe systeem nog geen meerwaarde boven andere niet biologische melk. De boer kan de gemaakte kosten dus niet verwerken in de prijs van de melk. Door marketing en samenwerking met andere partijen zou de melk anders in de markt gezet kunnen worden, maar voor boeren brengt dit een volgend dilemma. Door je eigen melk positiever te vermarkten, zeg je impliciet dat andere boeren iets slechts doen. Er is angst voor een tweedeling in de sector als een groot deel over zou schakelen op een kalf bij koe methode. Bovendien is het volledig gescheiden verwerken van de kalf bij koe melk niet zo makkelijk, er moeten in de verwerkende fabrieken aparte productielijnen worden opgezet en de melk moet apart worden opgehaald bij de boerderijen. Binnen een korte en directe keten van boer naar consument zou dit geen probleem zijn. In een korte keten ligt bovendien de prijs die boeren voor hun melk kunnen krijgen hoger en is directe informatie over de herkomst van de melk beter toegankelijk voor de consumenten. 

 

Een kalf wel of niet bij de koe

Argumenten voor en tegen kalf bij koe hebben natuurlijk niet alleen met geld te maken.  Binnen de melkveehouderijsector is er geen algemene consensus over het effect van een kalf bij koe systeem en ook de meningen over de gezondheids- en welzijnseffecten op koe en kalf zijn verdeeld. Hierbij heeft elke partij zo zijn eigen belangen en bronnen. Een aantal veelbesproken punten van discussie zullen hieronder worden genoemd:

 

  • Gewenning: Een veelgenoemd argument voor scheiding is gewenning (zo doen we dat al jaren en het hele bedrijf is hierop ingericht). Zoals hierboven al besproken is het lastig voor boeren om van systeem te wisselen. 

  • Stress: Een tweede argument voor scheiden is het voorkomen van stress bij de dieren. Scheiding op latere leeftijd leidt tot meer stress dan directe scheiding, wat leidt tot gezondheidsproblemen. Ook is het langdurig loeien van de kalveren en koeien bij stress stressvol voor boeren.

  • Melk voor verkoop: Een volgend argument voor scheiding is dat de melk bedoeld is voor de verkoop, niet voor de kalveren. Ander boeren geven wel aan dat een koe die gemolken wordt en tegelijkertijd ook een kalf zoogt meer melk produceert, waardoor er dus ook voor de boer melk overblijft. Bovendien worden de kosten van kunstmelk uitgespaard. Het is wel makkelijker een koe te melken die geen kalf zoogt, omdat ze de melk makkelijker ‘laat schieten’ in de melkrobot en minder stress ervaart bij het melken. 

  • Gezondheid: Qua gezondheid zijn er argumenten voor en tegen scheiding te geven. Bij scheiding kan het kalf beter in de gaten worden gehouden qua ontwikkeling en gezondheid. Als een kalf bijvoorbeeld geen water drinkt kan ze diarree krijgen. Het is lastiger zieke of zwakke dieren te herkennen in een groep. Bovendien kunnen ziektes zich in een groep sneller verspreiden en is een uitbraak van bijvoorbeeld salmonella moeilijker in te perken. 

  • Immuunsysteem: Daar kan tegenin worden gebracht dat kalveren die veel en snel eigen biest van de moeder drinken een beter immuunsysteem hebben dan direct gescheiden kalveren. Kalveren met een beter immuunsysteem, zijn weerbaarder in de rest van de keten. Melkveehouders en de vleessector hebben hier een gedeeld belang. Een ander genoemd voordeel hiervan is de verlaging van antibioticagebruik door een toegenomen gezondheid van het kalf en minder uitval van kalveren.

  • Sociaal gedrag: Kalveren leren sociaal gedrag van de moederkoe en andere volwassen koeien. Kalveren die in het begin in een kudde verblijven, zijn socialer en flexibeler (handig voor het aanleren van geautomatiseerde voersystemen) als ze later als melkkoe in een nieuwe kudde terecht komen. Kalveren die meteen na geboorte apart worden gezet vertonen vaak abnormaal gedrag. Hiertegenover staat dat kalveren die in een kudde opgroeien wel gewend moeten blijven aan contact met mensen, anders verwilderen ze en zijn ze later in de keten voor de boer onhandelbaar. Sommige koeien kunnen verdedigend of agressief reageren als ze een kalf bij zich hebben. 

  • Consumentenkeuze: Een ander belangrijk voordeel van een kalf bij koe systeem is een verhoogde maatschappelijke waardering voor de sector door het (in ieder geval in de ogen van consumenten) verbeteren van het dierenwelzijn. 

 

Is de vraag beantwoord

Voor een consument is het vrijwel onmogelijk de verzorging van de kalveren een rol te laten spelen bij de keuze voor een soort melk, omdat de informatie lastig te achterhalen is. Bij een korte keten is de bron van de melk beschreven en komt de melk bovendien van een enkele boerderij, waardoor de consument een kijkje kan gaan nemen en de boer zelf kan vragen naar beweegredenen en handelswijzen. Dit vergroot de keuzevrijheid en het wederzijds begrip tussen boeren en de consumenten. Omdat het begrip ‘kalf bij koe’ op vele manieren kan worden geïnterpreteerd, is er geen eenduidig antwoord te geven op de vraag uit de introductie van dit stuk. Hieronder staan twee gesprekken met boeren van Rechstreex. Ze laten hun overwegingen, mogelijkheden en wensen zien als het gaat om kalfjes. De keuze is daarna aan de consument. 

 

 

In gesprek met Ad Brandwijk van Zuivelboerderij Brandwijk in Sliedrecht

Ad heeft 100 melkkoeien en produceert het ruwvoer voor de koeien zelf. Er worden zo'n 90 kalfjes per jaar geboren, want Ad kan koeien slecht wegdoen. Daardoor heeft hij veel oudere koeien die moeilijker drachtig worden, maar dat vindt Ad niet zo erg.

Een kalf drinkt de eerste week bij de moeder. De drachtige koe gaat een week voor de bevalling in een aparte box en daar blijft ze ook nog een week met het kalf. Het kalf drinkt dan de biest en melk van de moeder. De biest is essentieel voor de gezondheid van het kalf vanwege de antistoffen. In de eerste 24 uur komen antistoffen direct in het bloed van het kalf. Na een week gaan ze samen naar de grote stal waar alle koeien staan. Ad wilde bij de bouw van de stal geen beton, maar juist een open stal.  De kalveren staan niet in iglo’s of eenlingboxen apart van de koeien, maar per twee in een strobox, afgescheiden in de box van de moeders. De koeien blijven gewoon langslopen en kunnen de kalfjes ruiken, zien en horen. Ze drinken dan ook geen melk meer van de moeder, maar ze krijgen melk uit de melkstal (gemengde melk van alle koeien samen). Ad begrijpt niet waarom je de kalfjes poedermelk zou geven, omdat de melk dan eerst naar de fabriek gaat, er voedingsstoffen uit worden gehaald en er ook nog palmolie in wordt gedaan. Hij houdt daar niet van, omdat hij zelf op de boerderij kwalitatief goede melk heeft voor de kalveren. De melk van de moederkoe alleen is te veel voor het kalf (een koe geeft extra veel melk kort na de bevalling) en het is bovendien erg waardevol voor de verkoop, want het bevat extra vet. Per jaar blijven er ongeveer 25 vaarskalfjes op de boerderij en 15 tot 20 gaan naar een opfokbedrijf. Alle kalfjes blijven 14 dagen op de boerderij en een klein kalfje soms drie weken. De stiertjes worden opgefokt en verkocht voor de vleesindustrie. Het liefst zou Ad ze allemaal zelf houden maar dat gaat niet vanwege de wetgeving.  

Ad: “Ik zou eigenlijk naar Rusland moeten verhuizen, want dan heb ik genoeg ruimte en geen regels, zodat ik alle vee kan aanhouden. Vanwege wetgeving moet ik nu veel beesten afstaan. Voordat die strenge wetgeving er was hield ik alle jongvee, ook stiertjes, die gebruikten boeren in de regio voor de fok. Soms waren die stieren dan drie jaar oud. Maar dat was ook wel gevaarlijk. Mijn vader is op een gegeven moment aangevallen door een stier, dan ga je er wel anders naar kijken. Rond oktober zijn alle koeien drachten en dan wordt zo'n stier heel onrustig en valt mensen aan. Ik vind het goed om een kalf bij koe te houden, want het is een goede zaak voor de voeding. De moedermelk (biest) is voor kalfjes heel voedzaam. Sommige boeren hebben er geen ruimte en boxen voor en die houden de kalveren in een eenlingbox, maar dat is zoveel schoonmaakwerk. Je hebt wel veel ruimte nodig om kalf bij de koe te houden en je moet de mest makkelijk kunnen weghalen, dat kan ik doen met een machine. Gelukkig hoeft het niet met een kruiwagen.“

 ”Wij zijn niet biologisch, maar wel bijna. We gebruiken geen bestrijdingsmiddelen en minimaal medicijnen. We kopen nog wel kasmest in. Bij bio hebben we minder eigen grasopbrengst en moeten we ook nog inkopen. Dat is heel duur en dan is je financiële voordeel bij bio weg. Bovendien wordt de melk dan veel duurder en ik vind dat iedereen mijn product moet kunnen drinken.”

Ad merkt dat consumenten de natuur vaak romantiseren. Hij merkt wel dat er dankzij programma's als Onze boerderij meer bekendheid is over de sector. Als je als boer kan laten zien wat je doet, begrijpen mensen het beter. Boeren zijn soms wel einzelgängers. 

 “Wat ik zou willen zeggen tegen consumenten: Wij zijn erbij gebaat dat koeien zo relaxed en gezond mogelijk zijn. Wij hebben bijvoorbeeld onlangs rubberen matten neergelegd voor de koeien, omdat ze dan lekkerder liggen. Van dat geld hadden we ook op wintersport gekund, maar we vinden dit heel belangrijk. We roepen het ook niet echt van de daken, want boeren zijn daar te nuchter voor. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, is het bij ons. Opscheppen wordt niet gewaardeerd. Maar onbekendheid over de sector is ook daaraan te wijten. Ik leer wel veel van gesprekken met consumenten. 2.5 Jaar geleden kwamen de wijkchefs van Rechtstreex langs voor excursie en sommige vragen zijn echt een eye opener. Wij hebben een 24/7 winkel, dus je kunt gewoon langskomen. Overdag ook voor een praatje of een rondleiding.”

 

In gesprek met Nelly van Winden van Zuivelboerderij Van Winden in Schipluiden

Nelly: “Wij laten de kalfjes niet bij de koe, omdat we de melk zelf nodig hebben. Na de geboorte blijft een kalfje een dag bij de koe en daarna staan ze in een klein hokje, anders vliegt de speen door heel het hok. Na een tijd gaan ze in een groter hok, samen met andere kalveren en krijgen ze een melkbar met vijf spenen.”

De stal van Van winden is niet gericht op het houden van kalf bij de koe. Praktisch gezien kan dat niet. Bovendien, zegt Nelly, krijgen kalveren veel stress van het steeds weggehaald worden bij de moeder (als ze bij de moeder zouden mogen drinken) en daardoor raken ze aan de diarree, wat weer bacteriën bevat. 

Nelly: “Als het voor ons heel makkelijk zou zijn om de kalveren bij de koeien te houden zouden we het doen, maar we willen ook melk, dus het gaat nu eenmaal zo. Uiteindelijk gaat een kalf toch meestal naar de slacht. Zeker op dit moment, met de fosfaatrechten, kunnen wij bijna geen kalveren meer houden. En de stiertjes sowieso niet. Een koe krijgt elk jaar een kalf om melk te blijven geven. Doordat er zoveel kalveren weg moeten ligt de prijs voor kalveren op dit moment heel laag (€10 per kalf). Soms worden ze niet eens meegenomen. Dat is echt heel erg. Het is niet voor niets dat de boeren in protest gaan. Er wordt onwijs veel kalfsvlees geëxporteerd naar het buitenland en de slechte kwaliteit vlees wordt hier geïmporteerd. Als consumenten alleen lokaal zouden eten zouden veel problemen zijn opgelost met de natuur, en het zorgt ook voor bewustzijn. Het gaat mij echt aan mijn hart dat we de kalveren niet mogen houden. Ik wil ze het liefst bij me houden, om te zien hoe ze zich ontwikkelen en om een band op te bouwen.”

“Tegenwoordig proberen we ook wel om van een stier een os te maken (dmv castratie) en dat vlees te verkopen. Voor ossen gelden nog geen fosfaatrechten dus die kunnen we gewoon zelf laten opgroeien en brengen toch meer op dan een kalf. Uiteindelijk zijn we een bedrijf en moeten we geld verdienen. Wij geven veel om de natuur en doen daar al veel aan.”

“Mensen hebben vaak een romantisch beeld van de boerderij maar het is ook gewoon een bedrijf. Ik zou tegen alle consumenten willen zeggen dat ze eerst onderzoeken hoe het zit voordat ze een oordeel vellen. Ze zijn hier altijd welkom om in de stal te kijken en vragen te stellen. Mijn kalveren hebben het hier heel goed.”

 

Meer informatie?

Wij hebben naast de interviews met de boeren ook gebruik gemaakt van deze bronnen:

http://edepot.wur.nl/441028 

https://dichtbijdeboer.nl/melkveebedrijf-gravesteyn/ 

http://www.familiekuddes.nl/3-de-ene-kudde-is-de-andere-niet/3-4-kalf-bij-de-koe/

https://www.skal.nl/veehouderij/rundvee/huisvesting-weidegang/

https://www.dierenwelzijnsweb.nl/nl/dierenwelzijnsweb/show/Sectorbrede-verkenning-kalf-bij-de-koe.htm

https://subsites.wur.nl/nl/1health4food/show-1/1H4F-Kansen-voor-het-Kalf-in-de-Keten-.htm

https://www.npostart.nl/zembla/17-10-2019/BV_101393877 

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/bij-nederlandse-boerderijen-sterft-een-op-de-negen-kalfjes-binnen-twee-weken-structureel-probleem~b0c2bce7/

https://www.abzdiervoeding.nl/rundvee/koemelk-of-kunstmelk/ 

https://www.levendehave.nl/dierenwikis/runderen/zoogperiode

https://weblog.wur.nl/livestockstories/kalf-tot-koe-hoe-komt-daar-allemaal-kijken/

https://edepot.wur.nl/379003