Belgische spruitjes

Spruitjes komen oorspronkelijk uit België en werden in 1821 voor het eerst geteeld in Brussel. In Engeland heten deze kleine groene kooltjes daarom nog steeds 'Brussels Sprouts', ookal groeien ze inmiddels ook al jaren in o.a.: Frankrijk, Duitsland en Nederland. De spruitjes die je tegenwoordig in de supermarkt koopt, zijn tegenwoordig een stuk minder stevig en bitter van smaak dan vroeger. Zonde, want dat bittere smaakje maakt deze kleine vitaminebommetjes juist extra speciaal! Gelukkig kun je dankzij onze boeren nog van de smaak van echte, pure spruitjes genieten. Kies voor mooie grote of verfijnde kleintjes en maak er een heerlijke roerbakschotel van. Door ze kort in roomboter te bakken behouden de spruitjes hun mooie groene kleur, stevige bite en bitterzoete, notige smaak.

Dit moet je in huis hebben:

- 500 g spruitjes 

- 100 g gepelde walnoten 

- klont roomboter

- snuf zeezout

Aan de slag!

- Snijd het kontje van de spruitjes af en haal eventuele verkleurde of gescheurde blaadjes van de buitenkant af.

- Kook de spruitjes heel kort (ca. 2 min) in een pan met een klein laagje kokend water en spoel ze af met koud water in een vergiet.

- Smelt een klont roomboter in een pan op laag vuur totdat de boter lichtbruin van kleur wordt en helemaal gesmolten is.

- Hak de walnoten grof en doe ze in de pan.

- Voeg de spruiten toe en bestrooi met een snuf zeezout.

- Roerbak de spruitjes met de walnoten voor ca. 5 min, totdat ze beetgaar en nog mooi fel groen van kleur zijn.

- Lekker als bijgerecht bij de vega boekoeloekoe- of bietenburger, of bij een kwalitatief goed stuk vlees. 

- Eet smakelijk!